Ik ben net wakker en tranen kussen mijn wangen.
Mijn lijf tintelt en ik voel diepe ontroering.
Donderdag reed ik vanuit het hoge noorden naar Amsterdam, voor het verdiepen van mijn eigen reis, naar binnen.
Ik voel me altijd wat klein wanneer de wegen van vierbaans naar spaghetti in alle richtingen gaan.
Onderweg besefte ik hoe diep ik in mijn dagelijkse dag zit, en hoeveel ruimte het geeft om hier een paar dagen los van te zijn.
De eerste twee nachten verblijf ik bij mijn opa.
Ik voelde direct dat ik wilde slapen waar ik vroeger ook sliep, het kamertje van mijn oma.
Wij dragen niet dezelfde bloedlijn, maar mijn oma was vanaf mijn geboorte in ons leven.
Ze was van jongs af aan mijn cheerleader, en op sommige momenten de enige waaraan ik me liet zien.
Omringd door haar bordspellen en exotische souvenirs uit alle landen waar ze geweest is lig ik hier.
Ik voel ontroering dat te midden van de diepe transformatieve processen waar ik in zit, ik mezelf mag zien.
Hoe ik hier vroeger wakker werd als jong meisje, nog vol dromen, visioenen en levenslust.
Hoeveel daarvan jaren versluierd is geweest.
En de diepe dankbaarheid die ik voel dat het langzaamaan weer terugkomt.
Ik ben ontroerd dat ik mag zien, dat wat mij vroeger al zag, mij nu ziet, door de ogen van liefde.

