Ik voelde maanden geleden heel sterk dat ik mocht gaan schrijven.
Ik kon daar niet omheen en voelde dat het ook de bedoeling was dat ik hierin deelde.
Mijn brein vond daar van alles van.
Het probeerde me terug te trekken in wat veilig voelde, in wat ik kende, de gebaande paden.
Maar het diepere weten was sterker en ik kon niet anders dan volgen.
De schrijver in mij ontwaakte, en leidde me diep in mijn eigen gevoelswereld.
Wat te spannend was werd zichtbaar, gevoeld, en gedeeld.
Zelfs de delen die jarenlang in donkere achterkamertjes in mijn hart hadden gewoond.
Ik ontmoette mijn ongeziene innerlijk kind, ik zag het buitenbeentje in mij, en de vrouw die zichzelf kleiner maakte omdat ze geloofde dat liefde anders niet zou blijven.
Hoe meer ik schreef, hoe meer er naar boven kwam drijven.
Soms kon ik het heel letterlijk delen, soms poëtisch uit respect voor wie er in mijn verhaal leeft.
Toen alles in het licht stond, bleef er geen verhaal meer over dat mij nog gevangen kon houden.
Wat ik zo lang vreesde, bleek alleen maar te willen worden gezien.
En in dat zien viel de macht ervan weg.
Ons brein houdt ons graag in één laag van realiteit, alsof dat het hele veld is.
Maar er bestaan zoveel lagen waarin we tegelijk leven.
Het is niet de buitenwereld die ons beperkt, maar de verhalen die ons brein blijft herhalen.
Zodra je dit doorziet opent er iets in je dat je hoofd niet kan bevatten, maar je hart al lang weet.
En de liefde die vrij komt is groter dan elk oud verhaal.
We zijn zoveel meer dan we zijn gaan geloven.
Welk verhaal houdt jou gevangen?
Voel maar eens met je hart.

