Laatst zat ik in een sessie met een vrouw, ze zat in de stoel die uitkijkt over mijn achtertuin.
Ze vertelde hoe ze steeds hetzelfde dier ontmoet en tekens ontving, hoe het haar verwonderde.
Ze keek me aan en vroeg, herken je dat?
Ik zei: ja, ik heb dat met libelles.
Ze zei: Er vliegt hier al het hele uur een libelle in rondjes voor je raam!
Toen de sessie voorbij was, stuurde de vrouw me een appje, het eerste wat ze zag toen ze haar social media opende, was een kaart van een libelle, gedeeld door iemand anders.
Ik zie ze vaak, en afgelopen weekend was ik vertederd toen ik naar ze keek.
Er kwam een gedachte op, “ik hoop dat ze mij ook lief vinden”.
Een traan welde zich op in mijn ooghoek, en tegelijkertijd glimlachte ik, om de puurheid van deze basale gedachte.
Als ik naar ze kijk ben ik even in hun wereld. En ik voel zoveel dankbaarheid voor de inspiratie die ze me geven.
Misschien raakt het me omdat de libelle zelf een meester van transformatie is.
Ze leeft het grootste deel van haar leven onder water, onzichtbaar, tot het moment komt dat ze langs een rietstengel omhoog klimt, haar oude huid openbreekt en haar vleugels ontvouwt.
Pas dan, in het zonlicht, verschijnen haar ware kleuren.
Is dat niet wat wij ook doen?
We leven vaak jaren in lagen van stilte en aanpassing, tot er een dag komt dat het leven ons roept om boven het water uit te stijgen, onze oude huid af te leggen en zichtbaar te worden in ons eigen licht.
De libelle herinnert me eraan hoe kwetsbaar en heilig dat moment van ontvouwen is.
Er is nog iets bijzonders aan de libelle, ze heeft samengestelde ogen.
Ze bestaan uit duizenden kleine lenzen, als puzzelstukjes die samen één groot beeld vormen.
Het zicht is niet haarscherp, maar als een mozaïek.
Zo is het ook met onze eigen ontwaking.
We zien stukjes, flarden, losse ervaringen.
Soms wazig, soms zo scherp dat het bijna overweldigend is.
Maar samen vormen die fragmenten een groter geheel.
Een perspectief dat we niet in één oogopslag kunnen bevatten, maar dat zich stap voor stap ontvouwt, tot we herkennen dat het er altijd al was.

