Als jong kind werd ik vaak ‘te gevoelig’ of ‘intens’ genoemd.

“Stel je niet zo aan.”

“Doe niet zo dramatisch.”

Het waren niet mijn ouders, maar anderen in mijn omgeving zeiden het regelmatig.

Ik leerde al snel dat het veiliger was om me aan te passen dan om mijn binnenwereld te tonen.

Wat verwarrend was, was dat ik ook heel veel energie had.

Ik was nieuwsgierig, aanwezig, beweeglijk, soms zelfs druk.

En dus zagen mensen mijn gevoeligheid vaak niet.

Die zat van binnen en deelde ik niet.

Het waren mijn waarnemingen en wat ik voelde in mijn lichaam.

Soms kwamen die waarnemingen er toch uit, ongefilterd en ongecontroleerd, en werden ze niet aangenomen. Wel logisch achteraf.

Ik voelde onderstromen.

Ik voelde welke kinderen op school buiten de groep vielen en welke pijn daaronder zat.

Ik voelde dynamieken tussen volwassenen.

Ik stapte een ruimte binnen en wist wat er niet werd gezegd.

Ik begreep niet waarom niemand daar iets mee deed. Waarom hielden mensen geen rekening met elkaar?

Waarom werd er zoveel genegeerd wat voor mij zo voelbaar was?

Ik dacht namelijk dat iedereen dit voelde.

Die teleurstelling sloeg om in verharding.

Tot ik vijftien jaar geleden moeder werd,

en de zachtheid langzaam terugkeerde.

Een coach zei, jij bent hoogsensitief, wist je dat? Ik kon daar toen niet zoveel mee, ik was gericht op presteren en carrière maken.

Na mijn burn-out zou ik weer volledig op kantoor gaan werken.

Ik stapte de kantoortuin in en werd overspoeld, vijf soorten parfums die ik kon onderscheiden, energieën en onderstromen.

Er kwam een moeheid over mijn lijf die pas verdween toen ik weer buiten stond.

De bedrijfsarts zei:

“Je bent hoogsensitief. Dat is een kracht, als je het juist leert inzetten.”

En deze keer klikte het.

Vanaf dat moment ben ik mijn gevoeligheid anders gaan zien.

Door de burn-out had ik geleerd te vertragen, te mediteren en de stilte te waarderen.

Nu leerde ik te voelen wat van mij was en wat van de ander.

En hoe meer ik ermee ging werken, hoe meer ik ging leven vanuit afstemming.

Waar ik eerder overleefde tussen prikkels,

kan ik nu steeds meer aanwezig blijven, in mezelf en in het moment.

Wat ik zie is dat hoogsensitiviteit geen vaste identiteit hoeft te zijn, maar een uitnodiging tot heroriëntatie.

Er is een diep voelend lichaam en een systeem dat ooit heeft moeten overleven.

De gevoeligheid is echt, maar wordt soms gekleurd door een zenuwstelsel dat op scherp staat.

Omdat het systeem geleerd heeft om te scannen, te pleasen en te beschermen.

Zoals ik als kind leerde dat als ik maar aanvoelde wat er nodig was, ik veilig bleef.

Het verschil tussen hoogsensitiviteit vanuit overleving en vanuit afstemming als belichaamde kracht:

Hoogsensitiviteit als overleving:
❤️‍🩹 voelen vanuit bescherming
❤️‍🩹 afgestemd op de buitenwereld
❤️‍🩹 scannen, pleasen, aanpassen

Hoogsensitiviteit als belichaamde kracht:
❤️ voelen vanuit rust
❤️ afgestemd op je binnenwereld
❤️ open, zuiver, begrensd

In mijn ogen gaat het minder om het label, dan om de frequentie van waaruit je leeft.

Want ik zie regelmatig dat het label HSP een nieuw kostuum wordt.

Een stukje identiteit dat wordt toegevoegd aan de lagen van conditionering.

En de focus gaat liggen op waar je je allemaal tegen moet beschermen in de buitenwereld.

Terwijl jouw gevoeligheid een uitnodiging is in het verleggen van de focus naar je binnenwereld.

Want voorbij alle labels en diagnoses ben jij energie.

Je gevoeligheid is een fijn afgestemd kompas.

Voelen is bedoeld om toe te laten.

En dat vraagt moed.

Mijn gevoeligheid is geen last meer.

Het is mijn kompas en mijn gave.

En misschien ook die van jou.

Herken je jezelf hierin?

Weet dan dat jouw gevoeligheid igeen zwakte is maar een kracht.

In mijn begeleiding help ik je die gevoeligheid te eren, zodat ze je richting wijst.

Voel je welkom in mijn veld. 

Hoogsensitief vanuit overprikkeling of afstemming