Vandaag kwam ik mezelf tegen, in oordeel.

In een gesprek met een vrouw waar ik veel bewondering voor heb.

Zonder dat ik het doorhad schoot er iets in mij in een reflex.

In het zoeken naar een “hoger perspectief” en daarmee bijna voorbij gaan aan wat er in haar realiteit voelbaar was.

Ik zag het oordeel.
Ik sprak het uit.

En in mij volgde schaamte, schuld en zelfkritiek.

Een oud stemmetje in mij dat zei: “Dat had je niet moeten zeggen”.

En precies daar zit het patroon.
Niet in het oordeel zelf.
Maar in het vastgrijpen eraan.

In het jezelf veroordelen voor het oordelen.
Zo blijft het zich herhalen.

Wat ik op dat moment kon doen, was ademen.

De liefde toelaten, waardoor ik kon zien wat er gebeurde.

Waardoor mijn hart weer opende, naar mezelf.
Waardoor ik de stroom van liefde weer kon voelen.

Waardoor ik kon erkennen: “Ah, dit stuk in mij wil nog zo graag alles ‘goed’ doen.”

Dankbaar zijn dat het zich liet zien.

Elk oordeel dat we durven aankijken brengt ons dichter bij onszelf.

Want door het durven aankijken en durven voelen leiden we onszelf terug naar de veiligheid in onszelf.

Oordelen houden ons namelijk niet vast omdat we ze hebben.
Ze houden ons vast omdat we ertegen vechten, ze verbergen.
En vooral, ze veroordelen.

Daarmee creëren we onveiligheid in ons systeem.

Waar oordeel jij jezelf nog?
Waar vind je dat je beter, anders, meer moet zijn?

En als het zich toch aandient, kun je het dan zien als uitnodiging tot zachtheid?

Tot het omarmen van dat wat zich nog wil bevrijden?

Want oordeel is geen vijand.
Het is een spiegel die uitnodigt tot liefde.

welk oordeel heb jij naar jezelf